|
|
Pokerfilms
Op deze pagina's vind je een overzicht van de meest bekende pokerfilms en films met klassieke pokerscènes. Hier kun je inspiratie opdoen, voor als je de volgende keer in de videotheek weer glazig naar het rek staat te staren.
Decennia lang was The Cincinnati Kid de enige échte pokerfilm, maar door het succes van Rounders, dertig jaar later, is het poker-thema weer helemaal populair geworden. Sindsdien komt er regelmatig een nieuwe pokerfilm uit, want de producenten weten ook dat door de groeiende populariteit van het pokerspel de bezoekersaantallen zullen blijven toenemen. En dat kunnen wij natuurlijk alleen maar mooi vinden.
California Split
| |
|
VS, 1974
|
|
Regie: Robert Altman
|
|
Met: George Segal, Elliot Gould, Ann Prentiss, Gwen Welles, Edward Walsh
|
|
Ondertitel: A Jackpot of a Comedy about Two Compulsive Gamblers.
|
|
IMDB-rating: 7.0
|
| |
Charlie Waters (Elliot Gould) en Bill Denny (George Segal) ontmoeten elkaar in een pokerroom in Californië. De mannen kunnen het door hun gemeenschappelijke passie voor het gokken goed met elkaar vinden, en die avond zetten ze het op een stevig drinken. Op weg naar huis worden ze echter beroofd. Door hun dronkenschap belanden ze eerst in het politiebureau en later in het appartement van Charlie, dat hij met twee prostituees blijkt te delen. De volgende ochtend moet Bill naar zijn werk, Charlie daarentegen doet niks anders dan gokken, en trekt bij het ontbijt al het eerste blikje bier open. Later op de dag ontmoeten de mannen elkaar weer bij het paardenrennen, waar Charlie een grote klapper maakt. Dezelfde avond wordt dit uitgebreid gevierd met de huisgenoten van Charlie. Uiteindelijk zit het de gokkers echter weer niet mee, ze worden namelijk voor de tweede keer beroofd. Hoewel ze bedreigd worden met een pistool kan Charlie het toch niet laten om zich uit de situatie te bluffen. Hij biedt de overvaller de helft van z’n geld aan, en overrompeld door de situatie neemt deze het aan. Bill blijkt dik in de schulden te zitten en heeft grote problemen met z’n criminele bookmaker. De mannen besluiten samen naar Reno te gaan om daar te spelen in een $40/80 lowball game. Zonder het zelf te beseffen spelen ze daar tegen Amarillo Slim, de wereldkampioen van 1972. Het geluk blijkt echter aan hun kant te staan en de winst van het poker wordt al snel verveelvoudigd aan de crapstafel. Na een ongelofelijke rush wordt de avond besloten met $82,000 winst. De winst blijkt bij Bill echter geen enkele blijdschap op te wekken, en gedesillusioneerd en met een leeg gevoel besluit hij weer naar huis te gaan…
Dit is een van de minder bekende films van Robert Altman. Maar door de grote populariteit van het pokerthema gelukkig toch op DVD verschenen. Het is namelijk een behoorlijk leuke film over gokken en gokverslaving. De film is op zich een komedie, maar wel een erg cynische. Het gokken wordt dan ook niet – zoals in zoveel andere films – voorgesteld als een 'glamourous lifestyle'. Elliot Gould en George Segal vormen een mooi tragikomisch duo in deze film. Echte antihelden, de één een 'action junkie' de z'n huis deelt met twee prostituees, de ander een gescheiden man met een kantoorbaan en een grote gokschuld. Leuk detail in de film is natuurlijk het rolletje van Amarillo Slim, aan de pokertafel in Reno. Helaas is deze film alleen via internet te bestellen. 

|
|
|
Casino Royale
| |
|
VS, 2006
|
|
Regie: Martin Campbell
|
|
Met: Daniel Craig, Eva Green, Judi Dench, Mads Mikkelsen, Jeffrey Wright, Giancarlo Giannini
|
|
IMDB-rating: 8.0
|
| |
In de nieuwste Bond-film moet 007 het opnemen tegen de criminele bankier Le Chiffre. Deze schurk heeft een high stakes pokertoernooi georganiseerd in het Casino Royale in Montenegro. Er is plaats voor tien spelers en de winnaar zal weglopen met meer dan 100 miljoen dollar. Als Le Chiffre dit toernooi wint, zal hij het geld gebruiken om een grote internationale terroristische organisatie te financieren. Voor de Britse Geheime Dienst is dit reden genoeg om hun beste pokerspeler in het toernooi te zetten. Zijn naam is Bond… James Bond!  Dit is in grote lijnen het thema van de 21e Bond-film Casino Royale, waarin Daniel Craig zijn debuut maakt als James Bond. Het is een verfilming van Ian Flemings gelijknamige eerste Bond-verhaal uit 1953. Als komedie/parodie verscheen er in 1967 al een verfilming met David Niven in de hoofdrol. Dit script blijft gelukkig vrij dicht bij het originele verhaal, met uiteraard de nodige aanpassingen om het geschikt te maken voor deze tijd. Een halve eeuw later wordt Koude Oorlog vervangen door Internationaal Terrorisme en Baccarat door… No Limit Texas Hold'em. Er wordt natuurlijk altijd met spanning uitgekeken naar een nieuwe Bond-film, en helemaal als een nieuwe acteur in de huid van 007 kruipt. De vergelijking met voorgangers is onvermijdelijk en Sean Connery is hierbij nog altijd de maatstaf. Daniel Craig had voor het verschijnen van de film al een hele lading kritiek over zich heen gekregen. Uit protest zijn er zelfs websites opgericht waar fanatici hun woede over de keuze voor Craig konden/kunnen ventileren (blauwe ogen, blond, te klein).  Maar al snel na de première bleek de internationale filmpers zeer lovend over zowel de film als de hoofdrolspeler. En terecht, want Daniel Graig is als James Bond geweldig. Hij is zo goed dat alleen al door zijn prestatie Casino Royale tot de betere Bond-films behoort. Maar ook de andere standaard-ingrediënten van een Bond-film zijn ruim boven de maat. Zo is het stuntwerk spectaculair, maar niet zo triest over the top als in de Pierce Brosnan films. En Bondgirl Eva Green is als Vesper Lynd wellicht niet de lekkerste in jaren, maar wel de beste. Gadgets? Jazeker, een Walter P99 en een mobiele telefoon. Ook bevat deze film enkele zeer goede grappen, die het flauwe gedoe in de Roger Moore films ruimschoots overtreffen. En de Deense acteur Mads Mikkelsen is in de schurkenrol van Le Chiffre voor Bond een gevaarlijke tegenstander aan de pokertafel en zeker ook daarbuiten.  Mooi natuurlijk dat James Bond tegenwoordig ook ons favoriete kaartspel speelt, maar het poker in deze film verdient zeker een puntje van kritiek. Zoals in bijna alle films waarin gepokerd wordt, is het weer behoorlijk onrealistisch, met als dieptepunt de beslissende hand. En ook het gegeven dat de Britse Geheime Dienst zich bezig houdt met een potje high stakes poker komt wat onwerkelijk over. Anderzijds was gezien het originele verhaal een casino-confrontatie vereist. Als Bond nu heads-up baccarat was gaan spelen tegen Le Chiffre dan was het er waarschijnlijk een stuk minder leuk op geworden. De 22e Bond film staat voor 2008 gepland. Met de nieuwe hoofdrolspeler is dit zeker iets om naar uit te kijken! 
|
|
|
Cool Hand Luke
| |
|
VS, 1967
|
|
Regie: Stuart Rosenberg
|
|
Met: Paul Newman, George Cannedy, J.D. Cannon, Lou Antonio, Robert Drivas, Dennis Hopper
|
|
Ondertitel: The man... and the motion picture that simply do not conform.
|
|
IMDB-rating: 8.3
|
| |
"What we've got here is a failure to communicate, one man you just can't reach..." Luke Jackson (Paul Newman) moet twee jaar de gevangenis in voor het vernielen van parkeermeters. Als nieuweling in de gevangenis heeft hij het niet alleen moeilijk met de bewakers, maar ook met de medegevangen. Luke laat de medegevangen aanvankelijk links van zich liggen, maar toont zich tegenover niemand onderdanig. Zijn gebrek aan respect zet kwaad bloed bij Dragline (George Kennedy), de leider van de gevangenen. Deze daagt hem uit tot een bokswedstrijd, waarbij Luke door de veel sterkere Dragline volkomen in elkaar wordt geslagen. Luke blijft echter overeind komen en doorvechten totdat Dragline de ring verlaat. Hoewel Luke het gevecht volkomen verloren heeft verlaat hij als morele winnaar de ring en wint hij het respect van alle medegevangenen.  Als hij dan ook nog dezelfde avond tijdens een potje poker met een totale bluff (a handful of nothing) een grote pot wint, is zijn reputatie volkomen gevestigd. Wanneer Luke tijdens het binnenschuiven van de pot zegt: "sometimes nothing can be a really cool hand", krijgt hij van Dragline de bijnaam 'Cool Hand' Luke. Vanaf dat moment adoreert Dragline hem en is Luke tegen wil en dank de leider van de groep geworden. Aanvankelijk schikt hij zich goed in zijn nieuwe rol en zorgt hij ervoor dat de moraal onder de gevangenen hoog blijft. Maar als zijn moeder komt te overlijden laat de gevangenisdirecteur hem enkele dagen in de isoleercel zetten, om een ontsnappingspoging te voorkomen. Dit onrecht heeft een totaal averechtse uitwerking op Luke die vanaf dat moment elke gelegenheid aangrijpt om te ontsnappen. Elke keer weer wordt hij gepakt, waardoor het regime voor hem in de gevangenis steeds zwaarder wordt. De medegevangen vinden het prachtig dat Luke het koppig vol blijft houden. Elke keer dat hij er vandoor is, lijkt het of ze zelf ook een stukje van hun vrijheid terug krijgen. Na de zoveelste mislukte poging wordt Lukes wil door de bewakers gebroken en horen de medegevangenen hem smeken om genade. Als hij de gevangenisbarakken binnen komt gestrompeld, keren de medegevangenen zich van hem af. "Where are ya now", schreeuwt Luke, teleurgesteld en gedesillusioneerd door het verraad. Later lukt het Luke nog een laatste keer om te ontsnappen. Hij weet tijdens het werk een van de auto's van de bewakers te stelen en er samen met Dragline vandoor te gaan. Hoewel Dragline grote plannen heeft, geeft Luke hem te kennen dat hij alleen verder moet. Terwijl Luke in een kerk gaat schuilen, gaat Dragline teleurgesteld een andere kant op. In de kerk steekt Luke een monoloog af tegen God over de slechte hand die hem gedeeld is in het leven. Aan het einde van de monoloog komt Dragline de kerk binnen met de mededeling dat de kerk omsingeld is. Als hij zich zonder verzet overgeeft zal er geen straf volgen. Zelf heeft hij Luke verraden in ruil voor vrijstelling van straf. Luke opent een raam van de kerk en kijkt naar de gevangenisdirecteur en citeert spottend de opmerking die deze eerder over hemzelf maakte: "What we've got here is a failure to communicate..." Deze klassieker is het voorbeeld, de inspiratie en de maatstaf voor elke daarna gemaakte gevangenisfilm. Het fantastische optreden van Paul Newman wordt door velen beschouwd als het hoogtepunt uit zijn carrière. Het natuurlijke charisma van Newman zorgt ervoor dat de loner en anti-held Luke Jackson toch sympathiek over komt. Het non-comformistische karakter van Luke is hetgene wat de film zo interessant maakt. In het begin van de film wordt duidelijk dat Luke een onderscheiden oorlogsheld is en dat hij het van soldaat tot sergeant heeft geschopt. Echter aan het einde van de oorlog is hij weer gewoon soldaat. Waarom hij aan het begin van de film parkeermeters aan het vernielen is, wordt niet verteld, maar het lijkt voort te komen uit een totale minaching voor de maatschappij. Zijn straf van twee jaar lijkt hij eerst zo gedeisd mogelijk te willen uitzitten, maar telkens weer zorgt zijn karakter ervoor dat hij de authoriteiten uitdaagt. Eerst de medegevangenen, dan de bewakers en aan het einde van de film zelfs God. Veel filmcritici zien in het verhaal een grote gelijkenis met het kruisigingsverhaal van Jezus, hetgeen zeer begrijpelijk is, aangezien de film vol Christelijke symboliek zit. Ook werd bij het verschijnen in 1967 vaak gewezen op de maatschappij-kritische boodschap van de film, waarbij de strijd van Luke symbolisch zou zijn voor de niet aflatende strijd van een onderdrukte groep tegen een heersend regime. Overigens komt ook mooi in de film naar voren dat zowel de boksring als de pokertafel uitstekende plaatsen zijn om een reputatie voor jezelf te vestigen. Deze klassieker is een absolute aanrader die helaas bijna nergens te huur of te koop is. Om de film te kijken zal hij dus gedownload of via internet besteld moeten worden. 
|
|
|
Finder's Fee
| |
|
Canada/VS, 2001
|
|
Regie: Jeff Probst
|
|
Met: Erik Palladino, Ryan Reynolds, Matthew Lillard, James Earl Jones, Robert Forster
|
|
Ondertitel: The numbers don’t lie, but the players just might.
|
|
IMDB-rating: 6.6
|
| |
 Als Tepper (Eric Palladino) op weg is naar huis, vindt hij op straat een portemonnee. Helaas geen geld, wel wat creditcards, een loterijkaartje, en iemands telefoonnummer. Zonder het kaartje te controleren belt hij deze persoon en geeft hem zijn adres door, zodat de portemonnee afgehaald kan worden. Als hij daarna het kaartje controleert, blijkt het de winnaar te zijn... goed voor zes miljoen dollar. Het is echter nog geen tijd voor champagne, want direct daarna arriveren z'n vrienden voor het wekelijkse pokeravondje. Even later staat ook de rechtmatige eigenaar Avery (James Earl Jones) voor de deur om zijn portemonnee af te halen. De mannen zitten al lekker te kaarten en Avery besluit een potje mee te spelen. De wekelijkse traditie is dat er een ronde om loterijkaartjes wordt gespeeld, uiteraard heeft niemand van te voren z’n lotnummer gecheckt. Helaas voor Tepper moet ook het winnende kaartje op tafel, aangezien hij z'n eigen kaartje in Avery's portemonnee heeft gestopt. Het 50 cent-spelletje is hiermee ineens veranderd in één ronde voor zes miljoen dollar. De vraag is wie er met de buit vandoor gaat. Hoewel dit een behoorlijk leuk gegeven is voor een pokerfilm, valt het resultaat zwaar tegen. De film zit vol irritante dialogen en dom geschreeuw. De pokerscenes zijn ook waardeloos, dit komt vooral omdat de mannen volslagen amateurs zijn. In de laatste tien minuten doen zich nog tien plotwendingen voor en er wordt afgesloten met een bijzonder voorspelbare verrassing. Dit maakt het een leuke film om te huren als je de rest van de videotheek al hebt gezien. 
|
|
|
Havana
| |
|
VS, 1990
|
|
Regie: Robert Altman
|
|
Met: Robert Redford, Lena Olin, Alan Arkin, Tomas Milian, Raul Julia
|
|
Ondertitel: A gambler who trusted no one. A woman who risked everything. And a passion that brought them together in the most dangerous city in the world.
|
|
IMDB-rating: 5.8
|
| |
 Aan de vooravond van de revolutie op Cuba (1959) is womanizer en professioneel pokerspeler Jack Weil onderweg naar Havana om een grote high stakes pokergame op te zetten. Tijdens de boottocht ontmoet hij Bobby Duran, een jonge Zweedse vrouw die getrouwd is met een Cubaanse aristocraat en revolutionair. De politieke situatie op het eiland interesseert Jack niet zo veel, de knappe vrouw echter des te meer. Om die reden helpt hij haar bij het aan land smokkelen van verboden radioapparatuur. In het grote Amerikaanse maffiacasino, het Lido, speelt Jack 's nachts poker met de hoge autoriteiten van het Baptista-regime. Deze contacten komen hem goed van pas als Bobby gearresteerd wordt en haar man kennelijk vermoord heeft. Hij krijgt het voor elkaar om een officier om te kopen, waardoor Bobby vrijkomt. Inmiddels verliefd probeert hij haar over te halen met hem naar Amerika te gaan. Wanneer zij hier uiteindelijk mee instemt, blijkt haar man nog te leven, waardoor voor Jack het hele feest niet door gaat. En door het uitbreken van de revolutie komt hij ook nog eens te laat voor 'the big game'... Thematisch lijkt deze film erg veel op de klassieker Casablanca (de liefdesverhouding in oorlogsgebied tussen een onverschillige anti-held en een getrouwde verzetstrijdster). Het script is echter niet erg overtuigend en met een speelduur van 145 minuten is de film eigenlijk te lang. Robert Redford zet wel een goede pokerspeler neer, maar het poker is in deze film erg ondergeschikt aan het hoofdthema. Al met al is het dan ook zeker geen topper onder de pokerfilms. 
|
|
|
High Roller: The Stu Ungar Story
| |
|
VS, 2003
|
|
Regie: A.D. Vidmer
|
|
Met: Michael Imperioli, Renee Faia, Michael Nouri, Al Bernstein, Andy Glazer, Vince Van Patten
|
|
Ondertitel: Gambler. Addict. Loser. Legend.
|
|
IMDB-rating: 6.0
|
| |
 Het bewogen leven van kaartlegende Stu Ungar verdient zeker een betere verfilming dan deze. De film, ook wel bekend onder de werknaam Stuey, is met een klein budget en in korte tijd gemaakt. Michael Imperioli - Christopher uit The Sopranos - neemt de hoofdrol voor zijn rekening. Voor kijkers die nog nooit een aflevering van The Sopranos gezien hebben is dit geen probleem, voor liefhebbers van de serie zal Michael Imperioli als 'Stuey' waarschijnlijk niet overtuigen. De film wordt door middel van flashbacks verteld, beginnend bij de jonge jaren van Stu Ungar in New York, tot aan zijn vroegtijdige dood in Las Vegas. De vertelstructuur van de film zit goed in elkaar, waardoor het een samenhangend geheel is. Het script is echter op vele punten teleurstellend. De pokerscènes in de film zijn allemaal gebaseerd op waargebeurde taferelen, maar weinig gedetailleerd, waardoor je geen duidelijk beeld krijgt van de genialiteit van Stu Ungar. Ook komt de absolute aftakeling van Stuey uit de film niet duidelijk naar voren. Als kijker heb je geen moment het idee dat Stu een zware drugsverslaafde is. Af en toe wordt er een lijntje coke gesnoven, terwijl Stu Ungar in werkelijkheid een zware heroïneverslaving had. Op deze manier worden de zeer diepe dalen in zijn leven te weinig belicht. Al met al is deze film voor pokerliefhebbers toch een aanrader, zeker als je weinig over het leven van Stu Ungar weet. Voor de kenners is het een onderhoudende film die helaas te weinig recht doet aan het leven van de beste kaartspeler allertijden. 
|
|
|
House of Games
| |
|
VS, 1987
|
|
Regie: David Mamet
|
|
Met: Lindsay Crouse, Joe Mantegna, Mike Nussbaum, Lilia Skala, J.T. Walsh
|
|
Ondertitel: Where the game is never over.
|
|
IMDB-rating: 7.4
|
| |
Dit regiedebuut van David Mamet is absoluut een aardige film. Het enige minpunt aan de film is dat hij z'n eigen vrouw (Lindsay Crouse) voor de hoofdrol gecast heeft. Zij is namelijk beslist niet knap en ook zeker geen goede actrice. Met het door Mamet geschreven script is echter niets mis.  Crouse speelt psychiater Margaret Ford die gespecialiseerd is in compulsief gedrag. Eén van haar patiënten is ten einde raad vanwege een grote gokschuld. Zij belooft hem te helpen en gaat daarvoor op zoek naar Mike (Joe Mantagna) in 'The House of Games'. Achter in deze donkere poolhal zit Mike lekker een potje te kaarten met de jongens. Je zou dus denken dat hij wel iets beters te doen heeft dan deze juffrouw te woord te staan, maar hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt, hij kan haar hulp gebruiken aan de pokertafel. Laat dit echter geen reden zijn om boos de film uit te zetten, want heeft Mike haar hulp wel echt nodig? Ze moet opletten of één van de spelers door een tell aangeeft te bluffen. In ruil daarvoor wordt de gokschuld doorgestreept. De louche figuren aan de tafel blijken een ouderwets potje No Limit Five Card Draw te spelen, waardoor de actie door iedere amateur te volgen is. Vooral de communicatie tussen de spelers maakt de scene realistisch, de mannen spreken namelijk alleen in one-liners en clichés... De scene heeft een verrassend einde dat hier uiteraard niet verklapt wordt. Mike blijkt behalve een liefhebber van drawpoker ook een 'con man' te zijn. Zonder enig moreel bezwaar licht hij mensen op. Margeret raakt gefascineerd door hem en de schimmige wereld die zo ver verwijderd is van haar dagelijkse realiteit. Ze wil alles te weten komen over zijn oplichterskunsten en gaat een dag met hem mee op pad. Gedurende de dag verandert Margeret van toeschouwer in deelnemer, totdat er geen weg terug meer lijkt te zijn. Het plot is verrassend en zit goed in elkaar, waardoor de film beslist een aanrader is. 
|
|
|
Lock, Stock and Two Smoking Barrels
| |
|
VS, 1998
|
|
Regie: Guy Ritchie
|
|
Met: Nick Moran, Dexter Fletcher, Jason Flemyng, Jason Stratham, Vinnie Jones, P.H.Moriarty, Lenny McLean
|
|
Ondertitel: A disgrace to criminals everywhere.
|
|
IMDB-rating: 8.0
|
| |
 Vier vrienden leggen honderdduizend pond bij elkaar, zodat één van hen, Eddie (Nick Moran), deel kan nemen aan een high stakes pokergame. Eddie heeft de reputatie een zeer goede kaartspeler te zijn, de jongens verwachten dan ook een mooie klapper te maken. De game wordt gerund door pornokoning en onderwereldbaas 'Hatchet' Harry Lonsdale (P.H. Moriarty). Er wordt zwaar valsgespeeld en in plaats van met de beoogde winst, komt Eddie met een schuld van vijfhonderdduizend pond naar buiten. Eddie krijgt nog te horen dat hij en z'n vrienden een week te tijd hebben om de schuld af te lossen, anders gaan er vingers afgeknipt worden. Het lijkt een onmogelijke opgave, totdat Eddie toevallig de planning van een grote overval afluistert. De buit van de overval bestaat uit een grote hoeveelheid cash en zakken vol met wiet. Het plan wordt gesmeed om de overvallers op te wachten en hen de buit afhandig te maken. Vanaf dat moment barst het geweld los, vallen er heel veel doden, en rolt de film van de ene plotwending in de andere. En dan zijn er ook nog twee zeer kostbare, antieke geweren die gedurende de film steeds van eigenaar wisselen... Met deze gegevens maakte Guy Ritchie een fantastisch regiedebuut, dat een ware hausse aan Britse gangsterfilms ontketende. Hoewel de film vol zit met geweld, blijft toch de humoristische kant de boventoon voeren. In de film duiken 'larger than life' gangsterfiguren op met mooie namen als Big Chris the Debt Collector, Barry the Baptist, Nick the Greek, Dog en Rory Breaker. De dialogen zijn vaak bijzonder humoristisch en ook de plotwendingen zijn grappig en vaak erg onvoorspelbaar. Dat er in de pokerscène een totaal onbekende pokervariant (Three Card Brag) gespeeld wordt, doet aan het geheel niets af, dit is een absolute topfilm. 
|
|
|
Lucky You
| |
|
VS, 2007
|
|
Regie: Curtis Hanson
|
|
Met: Eric Bana, Robert Duvall, Drew Barrymore, Robert Downey Jr., Debra Messing
|
|
Ondertitel: Change your game. Change your life.
|
|
IMDB-rating: 5.9
|
| |
Lucky You is het verhaal van een echte Las Vegas degenerate, die structureel al zijn (en andermans) bezittingen beleent bij de pawn shop om te kunnen pokeren. En ook al is hij zogenaamd een van de grootste talenten, gebrek aan bankroll management zorgt ervoor dat hij altijd weer blut is. Waar hebben we dit eerder gehoord...  In deze film volgen we hoofdrolspeler Eric Bana ( Chopper, Hulk, Troy) in de aanloop naar de World Series of Poker van 2003. Zijn strijd om geld bij elkaar te schrapen om zich in te kunnen kopen lijkt de belangrijkste verhaallijn te zijn, maar de film gaat werkelijk over de moeizame relaties met zijn nieuw verworven liefje Drew Barrymore en met Robert Duvall, die zijn vader speelt, de pokerlegende. Hierdoor kreeg deze film ook de negatieve recensies en de lage IMDB-rating, omdat er voor de niet-pokerfans wel erg veel wordt gepokerd, waardoor er voor de hoofdlijn maar weinig tijd en ruimte overblijft. Maar voor ons pokerliefhebbers is er dus meer dan genoeg leuks te zien. Voor een paar uur gezwijmel huren we er wel eentje van Hugh Grant. Het poker in de film wordt kleur gegeven doordat ze exacte replica's hebben kunnen bouwen van de pokerrooms van de Bellagio en de Horseshoe, waar het leeuwendeel van deze film zich afspeelt. Bovendien zul je aan de pokertafel bijna alle bekende pokersterren zien figureren, aangevuld door echte Vegas locals, zodat de vele pokerscènes zijn realisme blijven behouden, wat in andere pokerfilms nog wel eens anders is. Dit is ook voor een groot deel te wijten aan de adviezen van Doyle Brunson, Matt Savage en Jason Lester, waardoor de pokerhanden zelf ook een stuk beter en geloofwaardiger zijn geworden dan dat we gewend zijn. Uitzonderingen zijn dan misschien die slechte all-in op de river van Jennifer Harman, en verderop in de film de call op de turn van Robert Duvall, gevolgd door de river all-in van Jean Smart, maar daar kunnen we overheen stappen. Alleen dat Jennifer Harman, David Oppenheim en John Hennigan niet 'zichzelf' spelen en onder een andere naam spelen, maar de spelers uit de 'Big Game' wel bij hun eigen naam genoemd worden, is op zijn zachtst gezegd raar te noemen en zal wel altijd een raadsel blijven. Hierdoor creëert dit bij de pokerkenner/-liefhebber ook meteen een flink stuk verwarring en onbegrip, wat heel vervelend is. Verder is het jammer dat het slowrollen en chipdumpen weer heldhaftig worden bejubeld in deze film en dat elke bet weer moet worden begeleid door een bijdehante opmerking, maar daarvoor is het natuurlijk precies wat het is: een film.  Regisseur en mede-auteur Curtis Hanson, die we onder meer nog kennen van 8 Mile en L.A. Confidential, heeft een goede zet gedaan door zijn Lucky You verder op te leuken met een aparte weergave van de Vegas lifestyle, met allerlei vormen van hustles en rare side bets, die zorgen voor de broodnodige komische noot. Deze zijn uiteraard gebaseerd op waargebeurde verhalen uit de geschiedenis van het prop betting, in Las Vegas een cultuur op zich. De bijna twee uur lange film wordt verder opgevuld door sterke bijrollen van Debra Messing ( Will & Grace) en Robert Downey Jr., waarvan het wel weer jammer is dat ze niet meer tijd krijgen, en kent nog een paar leuke figuranten aan de pokertafel in de vorm van Borats producent Azamat Bagatov en van Cheddar Bob, Eminems domme kameraad uit 8 Mile. Tijdens de aftiteling hoor je nog een nummer van Bob Dylan wat hij speciaal voor deze film geschreven heeft. Dit is wel de moeite van het uitzitten waard, want anders mis je ook de mooie eindgrap die hierna volgt. De DVD heeft bovendien nog leuke extra's, met een half uur aan interessante interviews met een groot aantal bekende pokerspelers die in de film spelen, een kijkje achter de schermen, het verhaal achter het verhaal en de totstandkoming van de locaties waar de pokerscènes werden opgenomen.  Met het prima acteerwerk, die goede pokerscènes - inclusief de erg sterk geregisseerde tells, de mooie filmlocaties en de passende muziek van onder meer Rounders-componist Christopher Young is het toch jammer dat de zwakste schakel één van de belangrijkste is: het script. Het verhaal van vader en zoon die hun onderlinge problemen op de pokertafel uitvechten kan nou eenmaal nooit geloofwaardig worden gebracht, wanneer je dit in een pokertoernooi wilt laten plaatsvinden. Je zou denken dat de schrijvers op dit vlak wel geleerd zouden hebben van de serie Tilt, maar helaas. Van Eric Roth, die ook onder meer de scenario's van The Insider, Forrest Gump en The Horse Whisperer op zijn naam heeft staan, hadden we toch beter verwacht. Dus geven we de schuld maar aan Curtis Hanson, die sinds zijn L.A. Confidential uit 1997 geen letter meer op papier had gezet. Al met al is Lucky You voor de pokerliefhebber natuurlijk nog steeds een must see. Al is het niet misschien het 'schieten, tieten en bandieten' verhaal wat je van een Las Vegas-based pokerfilm verwacht na het zien van Tilt, de realistische kijk op wat er allemaal in de pokerwereld buiten de tafels om speelt, maakt het de moeite van het kijken meer dan waard. Zoals de consensus over deze film luidt: "If you are a big poker fan, you will probably going to like it. Everyone else will probably be bored." 
|
|
|

|