|
STRATEGIE ARTIKELEN
Speciale promoties
Rakeback
|
Preflop Handselectie - deel 1
Beginners No Limit Hold’em Preflop Handselectie – Inleiding
Wat maakt van sommige spelers winnaars, en van andere verliezers? Over de loop van een pokercarrière zullen we allemaal ongeveer dezelfde kaarten gedeeld krijgen. Er zijn maar 169 verschillende starthanden in poker, en iedereen zal uiteindelijk ongeveer even vaak een paartje azen in z’n handen krijgen. Bij elke willekeurige hand is de kans dat het een paar azen zal zijn 1 op 221 of net geen half procent. Het antwoord op de vraag in m’n eerste zin is het volgende: de winnaars winnen meer geld met hun goede handen, en verliezen minder geld met hun slechte handen. En elke hand begint met het spel voor de flop, of preflop. Zo arriveren we naadloos bij het onderwerp van dit artikel: preflop hand selectie. De beste manier om geen geld te verliezen met een slechte hand is namelijk: folden preflop. De beste manier om veel geld te winnen met een goede hand: raisen preflop. En zo eenvoudig kan het zijn. In wat hierna volgt, zullen we de verschillende factoren overlopen die op onze beslissingen van invloed zijn, en bespreken wat dat betekent voor onze handselectie. Positie Elke strategie in No-Limit Hold’em begint en eindigt, staat of valt met positie. Positie is het belangrijkste aspect van elke hand, en het is nutteloos om over een hand te spreken zonder te vermelden in welke positie je zit. Zo ook voor het preflop spel. In onderstaande figuur zie je de zes posities aan een 6-max tafel.
Under The Gun (UTG): de speler links van de big blind, die als eerste aan de beurt is preflop Middle Position (MP): de speler twee plaatsen links van de big blind Cutoff (CO): de speler rechts van de dealer button Button (BTN): de speler op de dealer button, hij zal altijd op iedereen positie hebben na de flop Small Blind (SB): de speler links van de dealer button Big Blind (BB): de speler twee plaatsen links van de dealer button, hij is als laatste aan de beurt preflop Als er minder spelers aan tafel zijn, noemen we de twee plaatsen links van de dealer small blind en blig blind, we gaan verder op de dealer button: dit is de button, rechts van de dealer zit de cutoff, en zo verder. Als er vier spelers aan tafel zitten, noemen we hen in wijzerzin vanaf de dealer button: small blind, big blind, cutoff en button. Als je na de flop vóór een andere speler aan de beurt zal zijn, zeggen we dat je uit positie zit ten opzichte van die speler. De cutoff zit dus altijd uit positie ten opzichte van de button. De button zit in positie ten opzichte van alle andere spelers, of heeft positie op iedereen. Wat preflop spel betreft, is de belangrijkste les: hoe vroeger je positie, hoe tighter je moet spelen. Tight betekent in pokertaal: erg weinig spelen, alleen als je een goede hand hebt.
Soorten handen Er zijn dus precies 169 verschillende pokerhanden in Hold’em. Hieronder zie je ze allemaal.
De notatie werkt als volgt: de eerste letter duidt de hoogste kaart in je hand aan, de tweede letter duidt de laagste kaart aan. Dus tien-acht wordt T8. Een “o” achter de twee letters betekent off-suit: twee kaarten van verschillende soort, bijvoorbeeld een harten en een ruiten. Een “s” erachter betekent suited: twee kaarten van dezelfde soort, bijvoorbeeld twee harten. Als dit belangrijke informatie is, kunnen we ook aangeven welke soorten: AhJc betekent bijvoorbeeld hartenaas met klaverboer. De “c” staat voor clubs of klaveren, de “d” voor diamonds of ruiten, de “h” voor hearts of harten, en de “s” voor spades of schoppen. AhJc is een off-suit hand, en kan je dus ook schrijven als AJo; AcJc is een suited hand en kan je dus ook schrijven als AJs. Ook na de flop blijven we deze aanduiding gebruiken. We kunnen dus zeggen dat de flop AhQh9s was: hartenaas, hartendame en schoppennegen. Vaak zal je ook hetvolgende zien: J83r, waarbij de “r” rainbow betekent: allemaal verschillende soorten. Dit betekent dat er niemand een flush draw kan hebben en dat je met de mogelijkheid van een flush op dat moment geen rekening moet houden. Dit is makkelijker dan van elke kaart de soort aan te geven. Hoge paartjes: AA, KK, QQ Dit zijn de allerbeste handen in No-Limit Hold’em. Voor de flop zal je ermee willen raisen of re-raisen. Je wil zoveel mogelijk geld in de pot krijgen voor de flop omdat je bijna altijd de beste hand hebt op dit moment (altijd met AA, met KK altijd behalve als je tegenstander AA heeft, enz.), en als je de beste hand hebt, wil je geld inzetten. Daarnaast wil je ook het aantal tegenstanders beperken dat de flop zal zien. Tegen één speler vind je het prima om all-in te gaan met AA op een 79J flop, maar tegen vier?
Twee hoge kaarten: AK, AQ, AJ, KQ Ook dit zijn goeie handen in No-Limit Hold’em, en ook hier wil je liever voor de flop geld in de pot steken dan na de flop. We moeten nog een onderscheid maken tussen AK en AQ die premium handen zijn, en AJ en KQ, waarbij het gevaar opduikt dat je gedomineerd wordt. Bijvoorbeeld met AJ tegen AK: dit voorspelt problemen. Suited zijn deze handen altijd beter dan off-suit, natuurlijk omdat je dan makkelijker een flush kan maken. Met de aas van jouw soort in je hand, zal je bovendien altijd de best mogelijke flush, of nut flush, maken. Medium paartjes: JJ, TT, 99, 88, 77 Medium paartjes zijn nog altijd goeie handen, maar je moet ermee opletten. Voor de flop wil je niet zomaar teveel geld in de pot steken omdat je dan vaak tegen een hoger paar zal aanlopen. En na de flop zal er vaak een hogere kaart dan jouw paar op tafel liggen. Het is prima om te raisen met 99, en op een flop als 842 zal je vaak de beste hand hebben, maar als er AQT ligt wordt het al veel moeilijker. Kleine paartjes: 66, 55, 44, 33, 22 Met een klein paartje wil je graag de flop zien om te kijken of je een set kan maken (three of a kind). Er zijn wel enkele beperkingen. Ten eerste wil je niet teveel geld investeren, omdat je niet zo vaak die derde kaart zal zien vallen: ongeveer één op de acht keer, of 12% kans op een set. Een goede regel is om niet meer dan 5% van je stack te investeren voor de flop, tenzij je een goede reden hebt hiervoor, zoals een tegenstander die je zeker keihard zal afbetalen als je die hand maakt. Het absolute maximum dat je mag callen voor de flop is 10% van je stack. Ten tweede wil je ook zeker zijn dat je veel geld kan winnen als je die set maakt: zowel je tegenstander als jijzelf moeten dus bijna een volle buy-in hebben van 100 big blinds. Suited Connectors: 54s, 65s, 76s … 98s, JTs Deze kaarten zijn te vergelijken met kleine paartjes. Je callt ermee voor de flop omdat deze handen makkelijk een straat of flush kunnen maken. In tegenstelling tot de kleine paartjes, wil je deze handen wel altijd in positie spelen. Met een klein paartje ben je klaar als je op de flop geen set maakt, maar met suited connectors zal je wel vaak verder willen gaan met de hand, omdat je een straight draw of flush draw hebt. Uit positie is het veel moeilijker om verder te spelen na de flop. Daarnaast zal het ook veel moeilijker worden om afbetaald te worden als je dan uiteindelijk je hand maakt. En ten derde is het makkelijker om te bluffen in positie, als je hand niet verbetert. Suited aces: A9s, A8s, A7s… Middelhoge kaarten: KJ, QJ, KT, QT, AT, A9 Off-suit connectors: T9o, 98o, 87o… Suited 1-gappers: T8s, 97s, 86s… Trash: K9o, Q8s, T7o… De laatste vijf categorieën groepeer ik hier even voor het gemak. Bij al deze handen geldt: speel ze alleen agressief, of als je erg goedkoop de flop kan zien. Je wil dus geen raises callen met A8s, of T9o, en zeker niet met K9o of T7o. Je kan met die handen wel perfect de blinds aanvallen als je op de button zit. Als er drie limpers zijn, of een raise met daarna twee callers, kan je gerust op de button callen met T8s en proberen een mooie hand te floppen. Als de button open raiset, de small blind foldt, en jij zit op de big blind, maak dan niet de fout van met dit soort handen te callen!
Actie Zoals bij elke inzetronde, zijn er ook voor de flop vijf mogelijke acties: fold, check, call, bet en raise. Als een speler gewoon de big blind callt voor de flop, noemen we dat limpen, of een limp. De speler die dat deed, een limper. Als er nog niemand in de pot zit voor die speler, was het een open limp. Als je als eerste aan de beurt bent (UTG), of alle spelers voor je hebben gefold, en je raist, is dat een open raise. Een re-raise voor de flop noemen we ook een 3-bet. Dit is een term die stamt uit Fixed Limit Hold’em: De big blind is dan zogezegd de eerste bet, de raise was de tweede bet, en de re-raise is de derde bet, of 3-bet. Als er na de re-raise nog een raise komt, is dat een 4-bet. In een No Limit spel met blinds van $2-$4 kan de actie dus als volgt gaan: Filip limpt voor $4, Tom raist naar $16, Filip re-raist of 3-bet naar $56 en Tom 4-bet naar $144. Hierna gaat Filip all-in, dit is dan de 5-bet.
En verder In deze video kan je zien hoe ik enkele tafels op de lage limieten speel. Ik leg ondertussen uit hoe de concepten uit dit artikel terugkomen in de praktijk. Zeker kijken! In het volgende artikel bespreek ik met welke handen je wil open raisen in welke positie, wat een squeeze is, met welke handen je in de blinds wil re-raisen als de button je blind wil stelen, en nog veel meer van dat lekkers.
|
||||||||||||
|
|
|||||||||||||